Zorg en ondersteuning

Met het verdriet en het verlies omgaan

Iedereen gaat op zijn eigen manier om met het verlies van een dierbare. Praten over het verlies helpt vaak. Blijf goed voor uzelf zorgen en vraag zo nodig om hulp.

Rouw

Na het overlijden van iemand uit uw naaste omgeving beleeft u allerlei – vaak heftige - emoties. Dat is het rouwproces.

U kunt zich extreem verdrietig of somber voelen. Maar u kunt ook bang, verward of boos zijn, of zich schuldig voelen. Deze uiteenlopende gevoelens kunnen voor verwarring zorgen. Veel rouwenden krijgen ook lichamelijke reacties, zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, gebrek aan eetlust of hoofdpijn.

Hoe het rouwen precies verloopt, verschilt per persoon. Meer informatie over rouw vindt u op de websites van Landelijk Steunpunt Verlies en MIND Korrelatie.

Praten over uw verlies

Uw gevoelens mogen er zijn. Het helpt om erover te praten met andere mensen. Zij kunnen u tot steun zijn in het rouwproces. Praten over uw verlies is een belangrijke manier om het verlies te verwerken. Misschien kunt u de band met familie en vrienden aanhalen, zodat u elkaar weer wat vaker ziet en spreekt.

Andere manieren van verwerking

Er zijn allerlei manieren om uw emoties te uiten en invulling te geven aan het leven zonder uw dierbare. U kunt zelf kiezen wat het beste bij u past. Bijvoorbeeld:

  • uw gevoelens opschrijven
  • schilderen, knutselen, muziek maken of een andere activiteit
  • actief worden in de buurt, bijvoorbeeld als vrijwilliger
  • steun vinden in het geloof of een andere levensbeschouwing, eventueel met hulp van een geestelijk verzorger

Voor uzelf zorgen

Rouwverwerking kost veel energie. Blijf daarom goed voor uzelf zorgen. Probeer goed te slapen en eten en voldoende te bewegen. Zo heeft u energie om de rouw aan te kunnen.

U moet nu misschien zelf taken doen, die uw partner altijd voor u deed. Zijn er dingen die u niet weet of niet kunt, bijvoorbeeld in de huishouding of administratie? Dan kunt u kijken of mensen uit uw omgeving u misschien kunnen helpen met koken, boodschappen doen, schoonmaken of thuisadministratie en geldzaken. U kunt ook een ouderenadviseur of cliëntondersteuner om raad vragen.